Tegelijkertijd zorgde de coronacrisis voor een versnelling van de transformatie van het onderwijs naar blended learning en meer maatwerk voor studenten. Het medewerkersaantal is hierdoor gegroeid, wat resulteerde in hogere personele lasten. Dit is deels gedekt vanuit de subsidie inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. De lasten van leermiddelen (denk hierbij bijvoorbeeld aan praktijkmaterialen), adviesdiensten en excursies zijn fors lager als gevolg van het onderwijs op afstand, evenals personeelsgerelateerde lasten voor reisactiviteiten en scholing.
Het financiële resultaat (geconsolideerd) bedraagt € 8,8 miljoen positief (begroot € 3,4 negatief). In deze cijfers is ook het resultaat van het VOvA opgenomen.
De studentenaantallen van de mbo-colleges zijn in 2020 toegenomen. Vanuit financieel perspectief betekent de groei extra inzet van docenten en extra uitgaven. Als gevolg van de verwachte voorfinanciering van deze groei is in de begroting 2020 uitgegaan van een negatieve exploitatie. Deze groei heeft in 2020 uiteindelijk niet geleid tot een negatief resultaat door met name aanvullende looncompensatie in de Rijksbijdragen en de voorgenoemde onderbesteding op onder andere leermiddelen en reiskosten als gevolg van de coronacrisis.
Door de groei van de organisatie in studentenaantallen zijn ook de totale baten ten opzichte van 2019 toegenomen. Zowel de vaste lumpsum-bekostiging van het ministerie van OCW, als de tijdelijke subsidiemiddelen zijn in 2020 ruimer geweest dan in 2019 én dan was verwacht in de begroting. Daaraan heeft bijgedragen het hogere dan verwachte macrobudget van het ministerie voor het mbo en het volwassenenonderwijs (VAVO) (met name loon-/prijscompensatie). De Rijksoverheid heeft in het bijzonder voor de jaren 2021 en 2022 een grote hoeveelheid extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor inhaal- en ondersteuningsactiviteiten. Wij zien het als een grote opgave om deze middelen de komende jaren op effectieve wijze te besteden, om hiermee de opgelopen studievertraging of -achterstanden te beperken en zo mogelijk weg te nemen.
In 2020 hebben we eigen middelen (circa € 2,2 miljoen) ingezet om onderwijsachterstanden van studenten als gevolg van corona zoveel als mogelijk weg te nemen. Met deze middelen hebben circa 3.400 studenten een inhaal- en ondersteuningsprogramma aangeboden gekregen. Denk hierbij aan extra praktijkuren, inhaallessen, examentrainingen, taalondersteuning en summerschools. Onze inzet is daarbij dat studenten zoveel als mogelijk kunnen afstuderen, overeenkomstig hun oorspronkelijk opleidingsprogramma.
Om het onderwijs een moderne toekomstbestendige onderwijsomgeving te bieden zijn ook de onderwijsfaciliteiten, in de jaarrekening zichtbaar in de vorm van afschrijvings- en huisvestingslasten, duidelijk hoger. Als gevolg van ons beleid zijn in de afgelopen jaren de lasten doelgericht en op beheerste wijze gestegen. In algemene zin blijft de organisatie kostenbewust. Systematisch wordt gemonitord of de extra uitgaven effectief zijn voor de verbetering van het onderwijs. De mbo-colleges zijn in financiële zin in control.
Meerjarig perspectief
De exploitatie van de mbo-colleges wordt in een meerjarig perspectief beschouwd. Een deel van de in 2020 en eerder ontvangen middelen zullen pas na 2020 besteed worden. Deze middelen staan volledig ter beschikking van de onderwijseenheden en worden beleidsmatig ingezet voor onderwijsactiviteiten, onderwijskundige verbeteringen en specifiek extra (formatieve) inzet voor de realisatie en borging van de coronamaatregelen, met name in de jaren 2021 tot en met 2023. De omvang van de voor dit doel gecreëerde bestemmingsreserves bedraagt ultimo 2020 € 27,5 miljoen (ultimo 2019: € 23,9 miljoen).
Stabiele ontwikkeling
De financiële positie per eind 2020 bevestigt het beeld dat het ROC van Amsterdam - Flevoland financieel gezond is. De vermogenspositie is gestegen als gevolg van het positieve exploitatieresultaat. De kwaliteit van het vermogen is stevig. De langlopende schulden nemen met circa € 4,7 miljoen (circa 5 procent) af. De solvabiliteit, het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen, is in 2020 licht gestegen ten opzichte van 2019 (ultimo 2019: 41,2 procent) en bevindt zich ruim boven de door de inspectie gestelde norm ondergrens van 30 procent. In het eigen vermogen zijn begrepen de hiervoor genoemde bestemmingsreserves, die ter beschikking staan van de mbo-colleges om in de komende jaren in het onderwijs besteed te worden.
Ultimo 2020 voldoet het ROC van Amsterdam - Flevoland aan alle door het ministerie van OCW gestelde financiële normen. De omvang van de liquide middelen is gestegen naar een saldo van € 69,5 miljoen (ultimo 2019: € 51,6 miljoen) en hiermee zijn we zeer liquide. De liquiditeitsindicator komt uit op 1,0 waarbij een ondergrens geldt van 0,5. Dit houdt in dat het ROC van Amsterdam - Flevoland op korte termijn goed in staat is aan de betalingsverplichtingen te voldoen.
Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA)
Het voortgezet onderwijs van Amsterdam (VOvA) heeft het turbulente jaar 2020 afgesloten met een negatief exploitatieresultaat van € 0,9 miljoen (begroot € 49.000 positief). Door herstelopdrachten binnen De Nieuwe Havo en Vox College diende hier extra middelen ingezet te worden op verbetering van de onderwijskwaliteit. Daarnaast is het lastig gebleken om tijdelijke uitval van medewerkers, vooral binnen tekortvakken, in de formatie op te kunnen vangen. De arbeidsmarkt kende ook onvoldoende goed aanbod waardoor het noodzakelijk is gebleken om voor tijdelijk aanstellingen medewerkers aan te trekken bij uitzend- en bemiddelingsbureaus.
Met een eigen vermogen van € 4,8 miljoen, beschikt het VOvA over voldoende financiële reserves. Het weerstandsvermogen ligt met 13 procent ruim boven de ondergrens van 5 procent. Desalniettemin blijven de financiën een aandachtspunt, ook door de verwachte negatieve exploitatieresultaten in 2021 en verder.
In het jaar 2020 heeft corona grote impact gehad op de ontwikkelingen binnen het ROC van Amsterdam - Flevoland. Voor onze studenten werken de corona-beperkingen belemmerend in hun vorming en voortgang van hun studie, zowel op school, als in de praktijk. De stabiliteit van de organisatie biedt een financieel gezonde uitgangspositie om deze belemmeringen zoveel als mogelijk het hoofd te bieden. De omschakeling naar onderwijs op afstand heeft de flexibiliteit, het aanpassingsvermogen en de wendbaarheid van de organisatie bewezen.
ROC van Amsterdam - Flevoland:
Onze prioriteiten in coronatijd
Begroting 2021
Inkomsten
Uitgaven
Een deel van deze uitgaven is eenmalig en komt vanuit onze bestemmingsreserves (€ 7,9 miljoen)
Thema's kwaliteitsagenda
en kaderbrief
Kerncijfers
2020
Lees verder
Begroting VOvA 2021
Uitgaven
Kengetallen op basis van inspectiekader
Inkomsten
Totaal aantal begrote fte’s
Per 01-01-2021
351,07
Gemiddeld over 2021
343,13
=
Per 01-08-2021
335,65
Uitdagingen
In 2021 hebben we een gezamenlijke uitdaging. We willen als organisatie financieel gezond blijven. Het onderwijs dat we bij het VOvA bieden, moet daarom binnen de reguliere bekostiging worden uitgevoerd en daar is bijsturing voor nodig. Daarnaast willen we blijven investeren in goed onderwijs en wat daarvoor nodig is. In de begroting 2021 zitten beide opdrachten: bezuinigen waar dat kan en moet én investeren waar dat verantwoord is. In de begroting is nog geen rekening gehouden met het Nationaal Onderwijs Plan.
Terug naar boven
73,4%
2020
66,8%
2019
68,8%
2018
* Het jaarresultaat wordt vanaf dit schooljaar niet meer berekend voor niveau 1. In de plaats daarvan heeft niveau 1 het entreerendement.
74,8%
63,0%
64,9%
2020
2019
2018
72,3%
65,6%
71,2%
2020
2019
2018
73,6%
64,5%
63,9%
2020
2019
2018
2020
2019
2018
*
83,4%
79,6%
74,3%
2020
69,8%
2019
71,4%
2018
* Het diplomaresultaat wordt vanaf dit schooljaar niet meer berekend voor niveau 1. In de plaats daarvan heeft niveau 1 het entreerendement.
66,1%
65,1%
64,3%
2020
2019
2018
74,4%
71,2%
75,7%
2020
2019
2018
76,6%
71,4%
71,3%
2020
2019
2018
2020
2019
2018
*
73,4%
65,6%
In het jaar 2020 heeft corona grote impact gehad op de ontwikkelingen binnen het ROC van Amsterdam - Flevoland. Voor onze studenten werken de corona-beperkingen belemmerend in hun vorming en voortgang van hun studie, zowel op school, als in de praktijk. De stabiliteit van de organisatie biedt een financieel gezonde uitgangspositie om deze belemmeringen zoveel als mogelijk het hoofd te bieden. De omschakeling naar onderwijs op afstand heeft de flexibiliteit, het aanpassingsvermogen en de wendbaarheid van de organisatie bewezen.
volgende pagina
ROC van Amsterdam - Flevoland:
Onze prioriteiten in coronatijd
Begroting 2021
Inkomsten
Uitgaven
Thema's kwaliteitsagenda
en kaderbrief
Kerncijfers
2020
Tegelijkertijd zorgde de coronacrisis voor een versnelling van de transformatie van het onderwijs naar blended learning en meer maatwerk voor studenten. Het medewerkersaantal is hierdoor gegroeid, wat resulteerde in hogere personele lasten. Dit is deels gedekt vanuit de subsidie inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. De lasten van leermiddelen (denk hierbij bijvoorbeeld aan praktijkmaterialen), adviesdiensten en excursies zijn fors lager als gevolg van het onderwijs op afstand, evenals personeelsgerelateerde lasten voor reisactiviteiten en scholing.
Het financiële resultaat (geconsolideerd) bedraagt € 8,8 miljoen positief (begroot € 3,4 negatief). In deze cijfers is ook het resultaat van het VOvA opgenomen.
De studentenaantallen van de mbo-colleges zijn in 2020 toegenomen. Vanuit financieel perspectief betekent de groei extra inzet van docenten en extra uitgaven. Als gevolg van de verwachte voorfinanciering van deze groei is in de begroting 2020 uitgegaan van een negatieve exploitatie. Deze groei heeft in 2020 uiteindelijk niet geleid tot een negatief resultaat door met name aanvullende looncompensatie in de Rijksbijdragen en de voorgenoemde onderbesteding op onder andere leermiddelen en reiskosten als gevolg van de coronacrisis.
Door de groei van de organisatie in studentenaantallen zijn ook de totale baten ten opzichte van 2019 toegenomen. Zowel de vaste lumpsum-bekostiging van het ministerie van OCW, als de tijdelijke subsidiemiddelen zijn in 2020 ruimer geweest dan in 2019 én dan was verwacht in de begroting. Daaraan heeft bijgedragen het hogere dan verwachte macrobudget van het ministerie voor het mbo en het volwassenenonderwijs (VAVO) (met name loon-/prijscompensatie). De Rijksoverheid heeft in het bijzonder voor de jaren 2021 en 2022 een grote hoeveelheid extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor inhaal- en ondersteuningsactiviteiten. Wij zien het als een grote opgave om deze middelen de komende jaren op effectieve wijze te besteden, om hiermee de opgelopen studievertraging of -achterstanden te beperken en zo mogelijk weg te nemen.
In 2020 hebben we eigen middelen (circa € 2,2 miljoen) ingezet om onderwijsachterstanden van studenten als gevolg van corona zoveel als mogelijk weg te nemen. Met deze middelen hebben circa 3.400 studenten een inhaal- en ondersteuningsprogramma aangeboden gekregen. Denk hierbij aan extra praktijkuren, inhaallessen, examentrainingen, taalondersteuning en summerschools. Onze inzet is daarbij dat studenten zoveel als mogelijk kunnen afstuderen, overeenkomstig hun oorspronkelijk opleidingsprogramma.
Om het onderwijs een moderne toekomstbestendige onderwijsomgeving te bieden zijn ook de onderwijsfaciliteiten, in de jaarrekening zichtbaar in de vorm van afschrijvings- en huisvestingslasten, duidelijk hoger. Als gevolg van ons beleid zijn in de afgelopen jaren de lasten doelgericht en op beheerste wijze gestegen. In algemene zin blijft de organisatie kostenbewust. Systematisch wordt gemonitord of de extra uitgaven effectief zijn voor de verbetering van het onderwijs. De mbo-colleges zijn in financiële zin in control.
Meerjarig perspectief
De exploitatie van de mbo-colleges wordt in een meerjarig perspectief beschouwd. Een deel van de in 2020 en eerder ontvangen middelen zullen pas na 2020 besteed worden. Deze middelen staan volledig ter beschikking van de onderwijseenheden en worden beleidsmatig ingezet voor onderwijsactiviteiten, onderwijskundige verbeteringen en specifiek extra (formatieve) inzet voor de realisatie en borging van de coronamaatregelen, met name in de jaren 2021 tot en met 2023. De omvang van de voor dit doel gecreëerde bestemmingsreserves bedraagt ultimo 2020 € 27,5 miljoen (ultimo 2019: € 23,9 miljoen).
Stabiele ontwikkeling
De financiële positie per eind 2020 bevestigt het beeld dat het ROC van Amsterdam - Flevoland financieel gezond is. De vermogenspositie is gestegen als gevolg van het positieve exploitatieresultaat. De kwaliteit van het vermogen is stevig. De langlopende schulden nemen met circa € 4,7 miljoen (circa 5 procent) af. De solvabiliteit, het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen, is in 2020 licht gestegen ten opzichte van 2019 (ultimo 2019: 41,2 procent) en bevindt zich ruim boven de door de inspectie gestelde norm ondergrens van 30 procent. In het eigen vermogen zijn begrepen de hiervoor genoemde bestemmingsreserves, die ter beschikking staan van de mbo-colleges om in de komende jaren in het onderwijs besteed te worden.
Ultimo 2020 voldoet het ROC van Amsterdam - Flevoland aan alle door het ministerie van OCW gestelde financiële normen. De omvang van de liquide middelen is gestegen naar een saldo van € 69,5 miljoen (ultimo 2019: € 51,6 miljoen) en hiermee zijn we zeer liquide. De liquiditeitsindicator komt uit op 1,0 waarbij een ondergrens geldt van 0,5. Dit houdt in dat het ROC van Amsterdam - Flevoland op korte termijn goed in staat is aan de betalingsverplichtingen te voldoen.
Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA)
Het voortgezet onderwijs van Amsterdam (VOvA) heeft het turbulente jaar 2020 afgesloten met een negatief exploitatieresultaat van € 0,9 miljoen (begroot € 49.000 positief). Door herstelopdrachten binnen De Nieuwe Havo en Vox College diende hier extra middelen ingezet te worden op verbetering van de onderwijskwaliteit. Daarnaast is het lastig gebleken om tijdelijke uitval van medewerkers, vooral binnen tekortvakken, in de formatie op te kunnen vangen. De arbeidsmarkt kende ook onvoldoende goed aanbod waardoor het noodzakelijk is gebleken om voor tijdelijk aanstellingen medewerkers aan te trekken bij uitzend- en bemiddelingsbureaus.
Met een eigen vermogen van € 4,8 miljoen, beschikt het VOvA over voldoende financiële reserves. Het weerstandsvermogen ligt met 13 procent ruim boven de ondergrens van 5 procent. Desalniettemin blijven de financiën een aandachtspunt, ook door de verwachte negatieve exploitatieresultaten in 2021 en verder.
Begroting VOvA 2021
Uitdagingen
In 2021 hebben we een gezamenlijke uitdaging. We willen als organisatie financieel gezond blijven. Het onderwijs dat we bij het VOvA bieden, moet daarom binnen de reguliere bekostiging worden uitgevoerd en daar is bijsturing voor nodig. Daarnaast willen we blijven investeren in goed onderwijs en wat daarvoor nodig is. In de begroting 2021 zitten beide opdrachten: bezuinigen waar dat kan en moet én investeren waar dat verantwoord is. In de begroting is nog geen rekening gehouden met het Nationaal Onderwijs Plan.
Uitgaven
Kengetallen op basis van inspectiekader
Inkomsten
Totaal aantal begrote fte’s
Per 01-01-2021
351,07
Gemiddeld over 2021
343,13
=
Per 01-08-2021
335,65
73,4%
2020
66,8%
2019
68,8%
2018
* Het jaarresultaat wordt vanaf dit schooljaar niet meer berekend voor niveau 1. In de plaats daarvan heeft niveau 1 het entreerendement.
Terug naar boven
73,6%
64,5%
63,9%
2020
2019
2018
72,3%
65,6%
71,2%
2020
2019
2018
74,8%
63,0%
64,9%
2020
2019
2018
2020
2019
2018
*
83,4%
79,6%
74,3%
2020
69,8%
2019
71,4%
2018
66,1%
65,1%
64,3%
2020
2019
2018
76,6%
71,4%
71,3%
2020
2019
2018
2020
2019
2018
*
73,4%
65,6%
74,4%
71,2%
75,7%
2020
2019
2018
* Het diplomaresultaat wordt vanaf dit schooljaar niet meer berekend voor niveau 1. In de plaats daarvan heeft niveau 1 het entreerendement.